Logo hdHet lichaam is op, de geest moe. Onverzettelijke actievoerder en Porsche-monteur met gouden handjes Gerard Nol neemt afscheid: ’Het is klaar’
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Het lichaam is op, de geest moe. Onverzettelijke actievoerder en Porsche-monteur met gouden handjes Gerard Nol neemt afscheid: ’Het is klaar’

HaarlemDe racewereld kent Gerard Nol met name als de Porsche-monteur met de gouden handjes. In Haarlem is hij bekend van zijn succesvolle acties tegen de bebouwing van de Verenigde Polders in Schalkwijk en de plannen voor een nieuwe rechtbank. Stapelgek maakte hij stadsbestuurders en ambtenaren. Maar Nol (82) vindt het genoeg geweest. Zijn lichaam is op, de geest is moe. Nog één keer spraken we thuis met hem.
’Thuis’ is, sinds hij zo’n tien jaar geleden zijn zelfontworpen huis in Molenwijk achter zich liet, een lichte bovenwoning op de hoek van de Zijlweg en de Hoofmanstraat. Het is het huis van zijn jeugd. Beneden zat de slagerij van zijn vader.
Naast een collectie aan kunstwerken en een rits aan oude camera’s die hij als fervent amateurfotograaf bij elkaar bracht, is een hele wand ingericht met memorabilia aan de autosport waarin hij als monteur actief was. Boven op een volle boekenkast staan de schaalmodellen van de Porsches waarmee belangrijke races werden gewonnen. Daar staat ook het originele stuur uit de Porsche waarmee Gijs van Lennep in 1967 zijn bijna dodelijke crash maakte op het circuit van Spa-Francorchamps. Daar staat de beker die Ben Pon met teamgenoot Gerhard Koch in de wacht sleepte op de 1000 km van de Nürburgring in 1964.
De liefde voor autoracen ontstond in en om dit huis. Met de wind uit het westen waaide het geronk van motoren vanaf het circuit in Zandvoort vanzelf via de Zijlweg de stad in. ,,Het was dat geluid’’, vertelt hij. ,,En het was de techniek, die me als kind al fascineerde.’’
Doordeweeks was het geen probleem om met een stel vriendjes het circuit op te komen, herinnert hij zich. Dat was een kwestie van na de lunch spijbelen, op de fiets naar Zandvoort rijden en bij het hek doorlopen alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Maar in het weekend lag dat anders. ,,Dan stonden daar politieagenten te paard, daar kon je niet zomaar langs. Maar dan gaven we een vriendje wat geld om die agenten af te leiden en glipten we alsnog naar binnen.’’
De fascinatie voor de autosport zou hem als 18-jarige in contact brengen met zakenman en autocoureur Ben Pon, die veel op Zandvoort te vinden was. Hoewel hij geen diploma op zak had, gaf die hem een baantje als monteur bij Autopon aan de Amsterdamse Overtoom. Vandaaruit kwam Nol bij het succesvolle Racing Team Holland, waarin naast Pon onder andere Rob Slotemaker, Henk van Zalinge, Gijs van Lennep en Gerhard Koch raceten. En aldus reisde hij als jonge twintiger in een elitegezelschap de grote racecircuits van Europa af.
Anekdotes zijn er zat uit die tijd. Zoals die keer dat hij zich uitgaf voor Gijs van Lennep die zojuist de Donau Pokal op Aspern bij Wenen had gewonnen, maar direct daarna andere verplichtingen had. Dat was in ’66. Op afspraak reed Nol in plaats van Van Lennep de ereronde. Hij kreeg daarmee prompt de aandacht van twee mooie Weense dames van een jaar of 18-19. ,,Ik heb ze die avond meegenomen naar de prijsuitreiking. Toen ik ze bij het hotel ophaalde, bleken ze tot het topje van de Oostenrijkse adel te behoren. Maar we hebben een heel leuke avond gehad. Alles in het nette hoor. Uiteindelijk moest ik ze natuurlijk wel vertellen dat ik Gijs niet was, maar daar moesten ze om lachen. Ik heb ze weer netjes thuisgebracht ook.’’
Breekbaar
Hij oogt breekbaar nu. En hoewel er af en toe iets van een glimlach doorbreekt, waarbij zijn blauwe ogen heel af en toe ouderwets oplichten, is het eigenwijze en onverzettelijke dat hem zo typeerde uit het gezicht en lijf van Nol verdwenen. Uit zijn mond komen geen bulderende betogen of met geestdrift opgediste verhalen meer. Woorden komen spaarzaam en afgepast over zijn lippen en de toon is veelal vlak.
Het lichaam is op, geeft hij aan. Kapotte voeten, pijn in de rug en prostaatkanker zijn ook mentaal hun tol gaan eisen. ,,Ik had in zo’n ouden-van-dagen-huis gekund’’, zegt hij. ,,Maar dat wil ik niet. Die prostaatkanker is terminaal en daar ga ik niet op wachten. Ik ben nu bezig met de afhandeling van een aantal zaken. Dat wat je hier om je heen ziet, moet worden verkocht of anderszins een geschikte plek krijgen. Ik wil mijn dochters daar niet mee opzadelen.’’
Ja, hij heeft het hele proces dat nodig is om voor euthanasie in aanmerking te komen al doorlopen. De dokter staat klaar.
Haarlem leert Gerard Nol begin 1990 kennen. Hij loopt zich tijdens de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen het vuur uit de sloffen om te ageren tegen de grootschalige bouwplannen die het stadsbestuur onder aanvoering van de PvdA heeft voor de Verenigde Polders in Schalkwijk – pal voor het huis waar hij dan woont, aan de rand van Molenwijk.
Ik had dat huis met dat uitzicht voor haar laten bouwen. Dus er knapte iets
Dat huis heeft hij halverwege de jaren ’80 naar eigen ontwerp laten bouwen. Het is een aangepast huis voor zijn vrouw die aan multiple sclerose lijdt en ernstig ziek is. Ze zit in een rolstoel en is moeilijk aanspreekbaar. Om voor haar en zijn twee dochters te kunnen zorgen, is hij een paar jaar eerder gestopt met werken. Dankzij een goede verzekering kunnen ze rondkomen. Het huis kijkt uit op de weilanden van Verenigde Polders – met koeien, tureluurs, kievieten en schapen.
,,Ja, dat was het. Natuurlijk...’’, zegt hij nu, terugblikkend. Het hele waarom van dat huis was de reden dat er iets bij hem knapte, toen hij van de plannen voor zevenhonderd nieuwbouwwoningen in dat groene landschap hoorde. Zolang het kan, moest zijn vrouw vrij die polders in kunnen kijken.
Nachtmerries
Nol wist niets van politiek tot die dagen, laat staan lokale politiek. D66 gaat onder leiding van Paul Marselje de gemeenteraadsverkiezingen van 1990 in met een duidelijk ’nee’ tegen de bouwplannen, leert hij. Voor hen sjouwt hij zich daarom het schompes met verkiezingsborden. Het volbouwen van de Verenigde Polders wordt hét item van de raadsverkiezingen in Haarlem dat jaar. De uitslag wordt een historische. De sinds de oorlog in de Spaarnestad oppermachtige PvdA krijgt enorm op zijn donder en zal – in wat de geschiedenis in zal gaan als ’de Nacht van Mooij’ (naar toenmalig VVD-leider Cornelis Mooij) – voor het eerst buiten het college blijven. D66 wint flink en Paul Marselje wordt wethouder. Er zijn PvdA’ers op leeftijd die er nog steeds nachtmerries over hebben.
Nol: ,,We kregen het vervolgens voor elkaar dat er een referendum kwam over de polders. Dat deed het hem uiteindelijk. We wonnen.’’
Zijn vrouw, voor wie hij de strijd was begonnen, maakte dat niet meer mee. Ze overleed in oktober 1990.
Bavo
Drie jaar later komt Nol, inmiddels gepokt en gemazeld in het actievoeren, opnieuw in het geweer. Ditmaal zijn het de plannen voor een nieuwe rechtbank en schouwburg op de plek van het voormalige Enschedécomplex op de hoek van het Klokhuisplein en de Damstraat waartegen hij ageert. Hij heeft Henk Vijn, die andere terriër tegen onzalige plannen, aan zijn zijde. De nieuwbouw is te hoog, vinden ze. Nol, terugkijkend: ,,Als je vanaf Halfweg naar Haarlem rijdt, zie je de Bavo. Dat iconische beeldmerk van Haarlem zou achter dat nieuwe gebouw verdwijnen. Het was een volkomen idioot plan.’’
Nol ontpopt zich in deze strijd als dossiervreter en tegellichter, die precies weet op welk terras hij wanneer moet zitten om de juiste ambtenaren op weg naar de lunch te treffen. ,,Sommigen hielpen me maar al te graag hoor. Wat hier toen speelde, was dat justitie niet zelf het rechtbankgebouw liet bouwen zoals het altijd had gedaan, maar het aan ING Vastgoed overliet om het vervolgens te gaan huren. Voor ING was het interessant om het groter, want duurder te maken.
Daar kwamen die rare ideeën van de toenmalige directeur van de schouwburg nog bij. Die dacht dat hij met een groot nieuw theater ook de grootste gezelschappen naar Haarlem kon gaan halen. Ik ben die gezelschappen dus gaan bellen. Scapino… noem ze allemaal maar op. En iedereen vertelde hetzelfde: ’Welnee! Publiek uit Haarlem komt gewoon naar Amsterdam, dus waarom zouden we naar Haarlem komen?’’’
De Bavo zou achter de nieuwbouw verdwijnen. Het was een volkomen idioot plan
De kamer vult zich met namen van hoofdrolspelers van toen. Namen van medestanders als Henk Vijn, van Lya Blesgraaf, de markante voorzitter van wijkraad Binnenstad, en van Wiek Röling, de oud-stadsarchitect. En van ’de tegenstanders’: Joan Busquets, de Catalaanse stedenbouwkundige die het verrekte plan bedacht had, toenmalig stadsarchitect Thijs Asselbergs die het had omarmd en wethouder Jan Haverkort…
De commotie die de tegenstanders wisten te veroorzaken, deed binnen de politieke gelederen ditmaal de VVD ontploffen. Dat gebeurde niet in de laatste plaats omdat Nol 52 tegenstanders lid had weten te maken van de partij. De lokale afdeling werd vervolgens verscheurd door voor- en tegenstanders, die ruziënd uit elkaar gingen.
Don Quichotte
Toen de nieuwbouwplannen uiteindelijk het formaat hadden gekregen waar de bezwaarmakers vrede mee konden hebben, verdween Gerard Nol uit beeld. Volstrekt. Na een tijdje staken geruchten de kop op. Nol zou gek geworden zijn. Opgeborgen in een gesticht. De Haarlemse Don Quichotte was de weg kwijtgeraakt, zo werd gefluisterd.
Maar in 2009 dook hij weer op. Ineens zat hij daar weer, op de publieke tribune van de Haarlemse gemeenteraadszaal. Loerend over het leesbrilletje op zijn neus, een volle aktetas naast zich. De PvdA had weer eens een plan voor de Verenigde Polders bedacht. Een recreatief natuurgebied moest het dit keer worden. Dat ging dus niet gebeuren. Een aantal ambtenaren verschoot spontaan van kleur bij het zien van Gerard Nol.
Het was een tijd inderdaad niet goed met hem gegaan, vertelde hij in een openhartig gesprek, toen we hem daarop thuis – toen nog aan de rand van die polders – opzochten. Hij was compleet ’op’ geweest na die paar al te turbulente jaren van actievoeren, het verlies van zijn vrouw en het werkloos zijn. Zijn tweede vrouw was bij hem weggegaan.
Opeens hadden ze aan zijn bed gestaan, vertelde hij. En ze hadden hem laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Ruim een jaar had hij op een gesloten afdeling gezeten. Totdat dit hem toch echt te gortig werd. Hij was toch zeker niet gek? Toen was hij opgestapt en vertrokken. Hij had zijn leven weer opgepakt en was terug.
,,Nee, het ging toen een tijdje niet goed met me’’, zegt hij. ,,En nu ook niet. Maar dit keer is het anders. Dit keer komt het niet goed. Mijn dochters staan achter mijn keuze, dat is het belangrijkste nu.’’
Aldus laten we in de kamer nog een tijdje wat herinneringen rond dwarrelen. Die zijn er immers genoeg. Heeft hij gehoord dat oud-burgemeester Jaap Pop is overleden? ,,Nee, wanneer? Gisteren? O jee. Nee, Jaap Pop was geen vriend van me. Maar je gunt het zo’n man toch niet. Dat natuurlijk niet.’’
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Reacties
Een reactie posten