De bacteriën die voor Plant-e werken, zijn de stroomproducenten van de toekomst
Het kantoor van Plant-e is, zoals wel meer kantoren, gedecoreerd met allerhande kamerplanten. Graslelies, klimop, varens, maar wie goed kijkt ziet tussen de groene bladeren iets ongebruikelijks: in de tuinaarde zitten ook zwarte kokers. Losse draadjes steken er als sprietjes uit omhoog, en lichten om de paar seconden op. Voor wie op zoek gaat naar een batterij of stroomaansluiting wordt het nog gekker: die is er niet.
In dit enigszins uitgewoonde kantoorgebouwtje even buiten Wageningen gebeurt iets bijzonders. De lampjes onttrekken hun energie namelijk niet aan een batterij of het stopcontact, maar uit de grond waar ze in staan en – indirect – de planten waarmee ze een bak delen. Dat is niet omdat er iets bijzonders is met die grond of de planten, die koop je gewoon in het tuincentrum. Dit kan overal ter wereld, en is een schier oneindige bron van energie.
Biologische batterij
Energie onttrekken aan de grond klinkt als sciencefiction, maar aan de basis ligt een bekend proces: fotosynthese. Om te groeien zetten planten zonlicht om in organisch materiaal. ‘Maar de plant gebruikt niet al het organisch materiaal, een deel komt in de grond terecht’, verklaart operationeel directeur Paulien van Straten. Bacteriën die rond de plantenwortels leven, eten het organisch materiaal op, waarbij elektronen vrijkomen. ‘Wij bieden een koolstof elektrode aan waar de bacteriën graag elektronen aan afgeven, zodat een biologische batterij ontstaat.’ Aangezien de elektronen een afvalproduct zijn, hebben de bacteriën hier geen last van.
Van Straten schiet de kamer uit en komt terug met wat nog het meest lijkt op een plumeau met zwarte stof er strak omheen gewikkeld. ‘Dit is gemaakt van koolstof’, zegt ceo en medeoprichter Marjolein Helder. ‘Het doet niets anders dan elektronen doorgeven, er vindt geen chemische reactie plaats zoals in een normale batterij. Daardoor blijven de elektroden (elektrische geleiders, red.) intact en gaat het product heel lang mee.’
Koerswijziging
Een aantrekkelijk verhaal, merkte Helder. Ze deed bij de Wageningen Universiteit promotieonderzoek naar de techniek. ‘We realiseerden ons al vrij vroeg dat het een technologie is waar we de wereld zo snel mogelijk van wilden laten profiteren, en die we dus zo snel mogelijk naar de markt wilden brengen.’ Na een jaar onderzoek richtte ze met een collega Plant-e (spreek uit: ‘plenty’, Engels voor overvloed) op. ‘De technologie spreekt heel erg aan, waardoor er in het begin veel meer vraag was dan wat wij op dat moment konden leveren. De techniek was nog niet af, dus we hebben veel aan verwachtingsmanagement moeten doen.’

Verwachtingsmanagement is nog steeds een belangrijke bezigheid. Want het blijkt lastig die schier oneindige bron van energie volledig te benutten. ‘In theorie zouden we op een hectare meerdere huishoudens kunnen laten draaien. In de praktijk is dat niet realistisch’, stelt Helder. ‘We zijn ons ook gaan afvragen of we daar wel naar moeten streven.’ Het leidde enkele jaren terug tot een koerswijziging: niet meer proberen de energieopbrengst te verhogen, maar producten ontwikkelen die kunnen draaien op de opbrengst die nu al haalbaar is. ‘We hebben hier een stroombron in handen die over een heel lange periode heel veel stroom oplevert, maar je moet er wel geduld voor hebben.’
Grote stappen
Met drie van die producten is Plant-e nu klaar om grote stappen te maken: een bodemvochtsensor is bijvoorbeeld een uitkomst voor beheerders van golfbanen. Zo kunnen ze op afstand de waterhuishouding in de gaten houden en optimaliseren. Omdat de sensoren op de stroom uit de bodem werken, is vervanging van batterijen niet nodig en hoeft de green dus ook nooit meer open.
In het Park van Morgen in Rotterdam staan lampjes van Plant-e die oplichten wanneer er iemand langsloopt. De vele kleine lampjes verdelen het licht beter dan de enkele lichtbundel van een gewone straatlantaarn, en beperken bovendien de verstoring van het nachtleven.
Een grondwatersensor is het product met de meeste potentie, denkt Helder. Vanuit afgelegen gebieden kunnen die jarenlang data versturen, zonder netwerk en zonder dat iemand er ooit naartoe hoeft om bijvoorbeeld de batterij te vervangen of het zonnepaneel af te stoffen. Helder: ‘We hebben er al een vol jaar data mee verzameld in een regenwoud in Indonesië, het systeem is ongelooflijk robuust.’
Op het balkon van Plant-e toont Helder een aantal sensoren. Ze zijn bevestigd op grote grijze buizen met roostergaatjes erin, staand in een bak water. Plantjes zijn nergens te bekennen, toch doen de sensoren netjes hun werk. De grond zit vol met organische stof waaruit de bacteriën elektronen vrijmaken. Zo wordt er toch stroom gegenereerd. ‘Uiteindelijk moet de organische stof natuurlijk wel weer aangevuld worden door planten’, zegt Helder.
Vooruitwerken
In de werkplaats achterin het kantoor staan nog tientallen roosterbuizen met sensoren erop, en een aantal reservoirs met lampjes erop. ‘Een van onze beperkingen de afgelopen jaren was dat we geen voorraad aan konden leggen’, vertelt Helder. ‘Als iemand honderd lampjes wilde, moest die eerst aanbetalen voordat we met de productie konden beginnen, en kwamen we ze een half jaar later pas installeren.’ Dankzij een Europese subsidie is de techniek vervolmaakt en kon Plant-e ook vooruitwerken. ‘Nu hebben we ze gewoon klaarstaan.’
Achter sleutelt een medewerker aan een werkbank een nieuwe sensor in elkaar. Het hele productieproces verloopt nu nog met de hand, grotendeels door studenten op een flexcontract. ‘Alles staat klaar om het te automatiseren, maar dat loont pas bij een hoger verkoopvolume’, verklaart Helder. Wie weet duurt dat niet lang meer. ‘Als alle deals waar we nu over in gesprek zijn doorgaan, zijn we over drie maanden door onze voorraad heen.’
De Onderneming
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Plant-E uit Wageningen, opgericht in 2009, met elf werknemers en een omzet van 1,2 miljoen euro (inclusief subsidie).

Reacties
Een reactie posten